Wat is Kantonrechtersformule?
Kantonrechtersformule:
Een
werkgever die een
arbeidsovereenkomst wil laten ontbinden, moet daarvoor naar de kantonrechter. Als de kantonrechter inderdaad besluit om de
arbeidsovereenkomst te ontbinden, kan de kantonrechter besluiten de werknemer een
Vergoeding toe te kennen. De manier waarop de hoogte van die
Vergoeding wordt berekend, noemen we de kantonrechtersformule.
Toelichting
Per 1 januari 2009 geldt een nieuwe kantonrechtersformule.
Waarom een kantonrechtersformule?
Sinds 1954 kent de wet de mogelijkheid dat de kantonrechter een
arbeidsovereenkomst ontbindt en dat de werknemer dan een
Vergoeding krijgt.
In de jaren tachtig werd steeds meer van die wettelijke mogelijkheid gebruik gemaakt. Er bestonden echter geen regels voor de berekening van de hoogte van die
Vergoeding. Het gevolg was dat kantonrechters op verschillende plekken in Nederland verschillende beslissingen namen.
Daarom besloten de kantonrechters in 1996 tot een landelijke kantonrechtersformule. Het doel: bevorderen van rechtseenheid en inzichtelijk maken hoe een
Vergoeding tot stand komt. Zo wisten ook werkgevers, werknemers en hun rechtshulpverleners langs welke lijnen een
Vergoeding werd berekend.
De kantonrechtersformule is een rekenmodel, ontworpen dóór kantonrechters vóór kantonrechters. De formule is niet bindend, maar in de praktijk volgen vrijwel alle kantonrechters hem.
De kantonrechtersformule ziet er als volgt uit:
A (aantal ?gewogen? dienstjaren) * B (bruto maandsalaris) * C (bijzondere omstandigheden, uitgedrukt in een getal, meestal tussen de 0 en 2) = het bedrag van de
Vergoeding
In 1996 is afgesproken om de formule ongeveer eens per vijf jaar te evalueren en te bezien, of de formule en de toelichting nog in overeenstemming zouden zijn met het actuele denken over arbeidsrecht.
Wat is de stand van zaken per 1 januari 2009?
De kantonrechters hebben 30 oktober 2008 besloten de kantonrechtersformule op een aantal punten aan te passen, zodat hij weer bij de tijd is.
De kantonrechters hebben besloten tot aanpassing van de formule op een aantal punten:
- wegen van dienstjaren bij het berekenen van de Vergoeding;
- meer aandacht voor bijzondere omstandigheden;
- meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten;
- toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden.
Wegen van dienstjaren bij het berekenen van de vergoeding
Een belangrijke maatstaf bij het berekenen van een
Vergoeding is het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt (A in de rekensom). Tot nu toe nam de kantonrechter als uitgangspunt dat ieder jaar dat iemand voor zijn veertigste jaar had gewerkt stond voor een maandsalaris. Voor gewerkte jaren tussen 40 en 50 jaar rekende de kantonrechter anderhalf maandsalaris en voor gewerkte jaren boven de 50 jaar twee maandsalarissen. Het totaal van deze ?gewogen? dienstjaren leverde een bepaald bedrag op.
Omdat de positie van jongere werknemers op de arbeidsmarkt is verbeterd, vinden de kantonrechters de tijd rijp voor een aanpassing. Voortaan tellen gewerkte jaren op jonge leeftijd minder zwaar mee. Gewerkte jaren op oudere leeftijd tellen nog steeds zwaarder, maar de grenzen schuiven op.
Voortaan telt ieder gewerkt jaar voor een werknemer 35 is geworden als een half maandsalaris. Van 35 tot 45 jaar telt een gewerkt jaar voor één maandsalaris; van 45 tot 55 jaar telt een dienstjaar voor anderhalf maandsalaris en vanaf het 55ste jaar voor twee maandsalarissen.
Meer aandacht voor bijzondere omstandigheden
Bij de aanpassing van de kantonrechtersformule is er ook mee ruimte gekomen om te kijken naar de bijzondere omstandigheden van het geval. Juist die bijzondere omstandigheden zijn het waar het vaak om gaat in de onderhandelingen tussen werknemer en
werkgever en in de rechtzaal.
De C in de rekensom wordt bepaald door vragen als:
- door wie komt het dat de verhoudingen verstoord zijn;
- is het disfunctioneren aan de werknemer te wijten of ook, en vooral aan de werkgever;
- is de werknemer niet gaan reïntegreren omdat hij niet wilde of omdat de werkgever onmogelijke eisen stelde;
- heeft de werknemer al een andere baan of heeft hij er een concreet uitzicht op?
De rechter kan ook kijken naar de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt: is er iets waardoor die positie afwijkt van de normale (leeftijd, opleiding, etc.)? De rechter kan ook kijken naar de financiële positie van de
werkgever: kan die een regeling wel betalen? Als partijen op zulke punten met een goed onderbouwd en gedocumenteerd verhaal komen, kan de rechter daar rekening mee houden.
Meer maatwerk voor werknemers die tegen hun pensioen aan zitten
De derde aanpassing van de kantonrechtersformule houdt verband met de ontwikkelingen rond de pensioengerechtigde leeftijd. Volgens de oude aanbeveling is de
Vergoeding voor een oudere werknemer afgetopt tot het bedrag, dat hij verdiend zou hebben als hij tot zijn pensioen had doorgewerkt. De pensioengerechtigde leeftijd stond in 1996, toen de kantonrechtersformule werd ingesteld, gelijk met 65. Tegenwoordig kan die leeftijd nogal verschillen: er is de mogelijkheid van prepensioen, er bestaat deeltijdpensioen en er ontstaan mogelijkheden om op een hogere leeftijd dan 65 met pensioen te gaan.
De kantonrechters bevelen nu aan om bij oudere werknemers goed te kijken naar de leeftijd waarop ze naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als ze in dienst waren gebleven. Is hun verlies aan inkomsten als gevolg van ontbinding van de
arbeidsovereenkomst minder dan de
Vergoeding volgens de kantonrechtersformule, dan zal in het algemeen de
Vergoeding worden bepaald op het bedrag van de inkomstenderving. De bijzondere omstandigheden (de C in de rekensom) blijven hier van belang.
Toepassing van de kantonrechtersformule bij korte dienstverbanden
De kantonrechtersformule is voortaan uitdrukkelijk ook van toepassing op korte dienstverbanden. Als er sprake is van een tijdelijke
arbeidsovereenkomst zonder tussentijdse mogelijkheid tot
opzegging is de
Vergoeding in principe gelijk aan het salaris over de nog resterende periode. In alle andere gevallen wordt de
Vergoeding op de normale manier berekend.
Maximering ontslagvergoeding
Het kabinet stemde in november 2008 in met een wetsvoorstel, waarin wordt bepaald dat de kantonrechter maximaal één jaarsalaris als
Vergoeding mag toekennen bij de ontbinding van de
arbeidsovereenkomst van werknemers die bruto ? 75.000 of meer verdienen. Alleen in bijzondere gevallen mag de kantonrechter van dat maximum afwijken.
Zo gauw het wetsvoorstel wet wordt, gaat voor die salarisgroep vanzelfsprekend het maximum van één jaarsalaris gelden.
Veel gestelde vragen mbt "Kantonrechtersformule"